Geschiedenis van het gebouw

Het Wellingtonmuseum is gevestigd in hartje Waterloo, in een groot huis dat in 1705 werd gebouwd door een plaveienhandelaar.

In die tijd waren de stratenmakers van Waterloo beroemd in heel Europa.

In 1777 werd deze woning langs de steenweg tussen Charleroi en Brussel een herberg met relais, waar reizigers konden eten en overnachten alvorens het Zoniënwoud te doorkruisen.

Josse Bodenghien kocht het gebouw op 20 juli 1782 over van de afstammelingen van de eerste eigenaar. Het was een groot huis met twaalf kamers, wasruimte, waterput, stallen, schuur, oven, hoenderhof, tuin en brouwerij.

Verschillende persoonlijkheden brachten er hun staf onder, zoals de prins van Coburg, prins Frederik van Oranje-Nassau – die er op 6 juli 1794 verbleef – en tot slot de republikeinse generaal Lefebvre, voordat de hertog van Wellington er zijn hoofdkwartier inrichtte op 17 en 18 juni 1815.

Het gebouw had verschillende bestemmingen tot de gemeente Waterloo het in de jaren vijftig overnam om er samen met enkele enthousiastelingen het beroemde Wellingtonmuseum in onder te brengen.

Beetje bij beetje verwerft de vzw ‘Les Amis du Musée Wellington’, die het gemeentelijk museum beheert, talrijke collecties in verband met de Slag bij Waterloo.

De museum slaagde erin te evolueren volgens de wensen van de tot op heden meer dan een miljoen bezoekers, en tegelijkertijd de originele sfeer en eigenheid van dit gebouw boordevol geschiedenis te bewaren.  Het hoofdkwartier van de hertog ontving in 2015, ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag van de Slag bij Waterloo, meer dan 56.000 bezoekers.