|
Bij zijn terugkeer in Parijs, na maanden van
ballingschap op het eiland Elba, stelt keizer Napoleon vast dat Europa
een coalitie tegen hem vormt. Aangezien hij met de andere landen geen
vrede kan sluiten, beslist hij de twee legers in de Belgische
provincies, in die tijd verenigd onder Nederlands bewind, te
vernietigen.
Op 15 juni 1815 steekt het Franse leger de
grens over en rukt het op naar Charleroi. Op 16 juni verslaat Napoleon
de Pruisische troepen in Ligny. Maarschalk Ney, die het bevel heeft
over de linkerflank, slaagt er echter niet in het kruispunt Quatre-Bras
bij Baisy-Thy te veroveren. Op 17 juni is de keizer ervan overtuigd dat
de Pruisen zich naar het oosten terugtrekken, terwijl ze in
werkelijkheid naar het noorden optrekken om zich bij het leger van
Wellington te voegen. Een hevig onweer vertraagt de troepenbewegingen.
Op zondag 18 juni raken de troepen slaags in
Mont-Saint-Jean, ten zuiden van het gehucht Waterloo. Aanvankelijk gaat
de strijd alleen tussen het leger van Wellington (67.000 man) en de
Franse troepen (71.000 man). De Franse infanteristen strijden met
uitzonderlijke moed en hun beroemde kurassiers voeren roemrijke charges
uit, maar toch kunnen ze de weerstand van de troepen van Wellington
niet breken. Ondanks de grote uitputting slagen deze erin hun
stellingen te verdedigen. Aan het einde van de namiddag vallen drie
Pruisische legerkorpsen de rechterflank van de Franse troepen aan en
bezegelen zo het lot van de veldslag.
De slag maakt ongeveer 48.000 slachtoffers, van wie er zowat 10.000 ter plaatse overlijden.
Napoleon keert naar Parijs terug, treedt een
tweede keer af en ondergaat zijn lot dat hem deze keer naar Sint-Helena
in het zuidelijk deel van de Atlantische Oceaan voert.
|